Het dorp
Nagybakónak ligt aan een doodlopende weg, en dat is geen toeval, hier kom je alleen als je hier moet zijn. Het dorp wordt al genoemd in 1193, werd in de zeventiende eeuw door de Ottomanen verwoest, en is in de achttiende eeuw opnieuw opgebouwd. Uit die tijd stamt ook de barokke katholieke kerk, gebouwd tussen 1775 en 1782. Er wordt al sinds de middeleeuwen wijn verbouwd op de heuvels eromheen, en dat doen sommige dorpelingen nog steeds, in het klein.
Er is een klein winkeltje waar je brood en de dagelijkse boodschappen haalt. De gemeenschap telt zo'n driehonderd mensen. Nieuwe gezichten zijn hier niet alledaags, dus in het begin word je beleefd gegroet terwijl ieder met zijn eigen bezigheden doorgaat. Maar raak je eenmaal vertrouwd met de mensen, dan word je verwelkomd als familie.
Iets verder weg
Wie meer wil, hoeft niet ver. Binnen een half uur rijden ben je in een grote stad met alle bekende supermarkten. Net zo dichtbij liggen het Balatonmeer en de kuuroorden Zalakaros en Hévíz, met hun thermale baden. En het mooiste: er is geen verkeerd seizoen. De zomer, de herfst, de winter en het voorjaar hebben hier elk hun eigen schoonheid. Vind hierover meer bij 'Te doen'.
De omgeving
Vanaf het huis kun je zo de wandelroutes oplopen. Ze brengen je naar plekken waar je je verwondert dat er niet meer mensen weet van hebben.
De kloof en de bronnen
Een paar kilometer verderop ligt de Kőszikla-szurdok, een zandstenen kloof die door erosie is uitgesleten en die als de meest bijzondere natuurplek van de hele provincie Zala bekend staat. Je daalt er af via een steile ladder, en dat is een avontuur op zich. Niet aan te raden voor kinderen onder de acht, of voor wandelaars die liever vaste grond onder de voeten houden.
Onder in de kloof is een microklimaat ontstaan waar planten groeien die hier eigenlijk niet thuishoren: levermos, ruscus, vogelnestje-orchideeën. Daarna loopt het pad door een licht glooiend landschap en een statig beukenbos naar de Esperanto-bronnen, oorspronkelijk de Árpád-bron genoemd. Een rustige open plek met banken, een vuurplaats, en water dat 's zomers koud uit de rots komt. We halen er zelf ook ons drinkwater. Volgens lokale verhalen lopen hier energetische lijnen samen, en de plek wordt al sinds de Romeinse tijd bezocht. Met de auto kom je er ook, voor wie de kloof liever overslaat.
Verder lopen
Op een van de andere routes ligt een meertje dat je niet vindt als je het niet weet. Hier en daar tussen de wandelpaden door tref je nog kleine wijnboeren op het heuveltje, mannen die een paar rijen druiven onderhouden zoals hun vader en grootvader dat deden. Kilometers ongerepte natuur, waar de bewoners zich aan de natuur aanpassen en niet andersom.